Vandaag is hij gecremeerd. Vast na een indrukwekkende dienst met veel lovende woorden.
Hij was toen een oudere collega van me. Wijs. Gaf me als jong broekie steun. Was een gerespecteerd kerkbestuurslid. Een geacht inwoner van de wijk, een vraagbaak voor velen.
Ineens moest hij om voor mij en mijn collega’s onverklaarbare redenen stoppen. Pas veel later kregen we door waarom: hij kon niet van kleine jongetjes afblijven. Toen werd zo iets nog met de mantel der liefde bedekt en zogenaamd ‘elegant’ opgelost. Geen aangiftes. Geen Schandaal. Zo deden ze dat vroeger.
Verbijsterd hebben we ons toen afgevraagd waarom we het niet eerder opgemerkt hadden. Waarom we signalen in onze onnozelheid niet hadden begrepen.
Ik ben niet naar zijn crematie gegaan. Ik heb even stil gestaan bij zijn slachtoffers en de wonden die hij bij ze heeft achter gelaten. Ik vermoed dat er bij het lezen van zijn overlijdensbericht weer littekens zijn open gegaan.